Strafrecht

Strafrecht

In het strafrecht beslist de officier van justitie dat hij de strafzaak waarin u verdachte bent, aan de rechter voorlegt. U ontvangt een dagvaarding. Hierin staat waarvan u wordt verdacht, wanneer (datum en tijdstip) en waar (locatie) u voor de rechter moet verschijnen.

De officier van justitie heeft binnen het strafrecht de leiding over het opsporingsonderzoek. De rechter-commissaris kan zelf of op verzoek van de officier van justitie of uw advocaat onderzoek doen. Als verdachte heeft u het recht om te zwijgen. Alles wat u wel verklaard kan en zal als bewijs worden gebruikt.

In de dagvaarding staat ook welk soort rechter uw zaak behandelt. De kantonrechter behandelt overtredingen. Als het om een relatief licht feit gaat waarvoor de officier van justitie van plan is niet meer dan 1 jaar gevangenisstraf te vragen, behandelt de politierechter uw zaak. Zwaardere zaken binnen het strafrecht worden behandeld door 3 rechters. We noemen dit de meervoudige kamer. De economische politierechter en de meervoudige economische kamer behandelen strafbare feiten op het gebied van bijzondere strafrecht wetten, zoals milieu- en financiële wetgeving.

U bent niet verplicht om naar de zitting te komen. Komt u niet, dan kunt u de verdediging aan uw advocaat overlaten. Hiervoor moet u uw advocaat machtigen.

Als u niet verschijnt, niet reageert op de dagvaarding en ook niet uw strafrecht advocaat machtigt, kan de rechter uw zaak bij verstek (buiten uw aanwezigheid) behandelen. Vaak worden getuigen al voor de zitting door de rechter-commissaris gehoord. In bepaalde gevallen kunnen ook meegebrachte getuigen gehoord worden. Een deskundige zal dan alsnog op de zitting verschijnen om aanvullende vragen te beantwoorden. Soms is ook iemand van de reclassering (reclassering.nl) aanwezig om het advies in een reclasseringsrapport toe te lichten.

Als een slachtoffer schade heeft geleden kan hij/zij binnen het strafrecht een schadevergoeding vragen. Op de zitting kan het slachtoffer dat verzoek toelichten. In zeden- en geweldszaken hebben slachtoffers (of de nabestaanden) de bevoegdheid om gebruik te maken van het spreekrecht. Soms heeft het slachtoffer in plaats daarvan een schriftelijke slachtofferverklaring opgemaakt.

Nadat de rechter heeft vastgesteld dat alle vormen in het vooronderzoek goed zijn nageleefd en hij de zaak mag behandelen, zal hij 4 vragen moeten beantwoorden: 1. Is het ‘wettig en overtuigend’ bewezen dat u het feit gepleegd heeft? Deze vraag beantwoordt de rechter aan de hand van:
wettige bewijsmiddelen, zoals de aangifte, getuigenverklaringen, deskundigenverklaringen en beeldmateriaal dat de rechter zelf heeft gezien, zijn eigen overtuiging. de rechter moet op grond van de bewijsmiddelen ervan overtuigd zijn dat u het feit heeft begaan. Is de rechter hiervan niet overtuigd, dan wordt u vrijgesproken. 2. Is het feit strafbaar? Als het feit bewezen is, zal de rechtbank moeten nagaan of het ook strafbaar is. Alle strafbare feiten zijn vastgelegd in de wet. Alleen als de hele omschrijving van het strafbare feit in de aanklacht (tenlastelegging) is overgenomen, is er sprake van een strafbaar feit. In bijzondere omstandigheden kan het begrijpelijk zijn dat u zich niet strikt aan de wet heeft gehouden. Het feit is dan niet strafbaar.

Als u het niet eens bent met de beslissing van de rechter, kunt u in veel gevallen in hoger beroep gaan bij het gerechtshof.

Jeugd strafrecht (bijstand van minderjarige in strafzaken) / adolescenten strafrecht)

Verdachten tussen de 12 en 18 jaar worden in principe volgens het jeugdstrafrecht veroordeeld, maar de rechter kan het volwassenen strafrecht toepassen bij verdachten van 16 en 17 jaar. Verdachten jonger dan 12 jaar kunnen niet strafrechtelijk worden vervolgd.

Politie en Openbaar ministerie

Als uw kind verdacht wordt van een strafbaar feit, heeft uw kind binnen het strafrecht eerst met de politie en het OM te maken. Zij doen onderzoek naar het gepleegde feit en naar uw kind als verdachte. Opsporingsonderzoek en vooronderzoek. De officier van justitie heeft de leiding over het strafrecht opsporingsonderzoek. Dit strafrecht opsporingsonderzoek maakt deel uit van het vooronderzoek. In het vooronderzoek is soms ook een rol weggelegd voor de rechter-commissaris. Deze bijzondere rechter bewaakt de voortgang van het vooronderzoek en houdt in de gaten of het onderzoek volledig en evenwichtig is. De rechter-commissaris kan zelf of op verzoek van de officier van justitie of de advocaat van uw kind onderzoek doen. Voorlopige hechtenis. Er is altijd een kinderrechter betrokken bij de beslissing over voorlopige hechtenis van een minderjarige die volgens het jeugd strafrecht wordt berecht. In tegenstelling tot bij volwassenen kijkt de rechter altijd of de voorlopige hechtenis onder bepaalde voorwaarden kan worden geschorst. Ook kan de strafrecht rechter kiezen voor een minder ingrijpende vorm van voorlopige hechtenis, zoals huisarrest of nachtdetentie. Een jongere wordt zo min mogelijk in voorlopige hechtenis vastgezet en het streven is om deze zo kort mogelijk te laten duren.

De officier van justitie beslist (meestal voorgelicht door de Raad voor de Kinderbescherming) of en wanneer de zaak van uw kind voor de strafrecht rechter komt. Als dat het geval is, ontvangt uw kind van het OM een dagvaarding. Uw kind ontvangt deze op het adres waar hij/zij staat ingeschreven of verblijft (bijvoorbeeld thuis, op het politiebureau of in de jeugdinrichting). Dit heet de betekening van de dagvaarding.

Ook u als ouder krijgt een oproep om te verschijnen. U kunt als ouders in principe de hele behandeling van de zaak bijwonen. De rechter zal u tijdens de zitting vragen naar de persoonlijke omstandigheden van uw kind. Als u het gezag over uw kind heeft, bent u verplicht om te verschijnen op de zitting. Wanneer u niet verschijnt, kan de rechter uw medebrenging gelasten. U wordt dan op de dag van de volgende zitting door de politie opgehaald. Als uw kind jonger was dan 14 jaar ten tijde van het feit en u het gezag over uw kind heeft, wordt een eventuele vordering tot schadevergoeding geacht te zijn ingediend tegen u. U bent in dat geval partij in de zaak.

wetboek van strafrecht: Wegenverkeerswet (o.a. invordering rijbewijs, rijden onder invloed van alcohol of verdovende middelen)

Als uw rijbewijs is ingevorderd door de politie en/of ingehouden is door de officier van justitie en u bent het hier niet mee eens, kunt u daartegen opkomen door een klaagschrift in te dienen bij de rechtbank. U kunt ook uw advocaat een volmacht geven om het klaagschrift namens u in te dienen.

Bijstand in bezwaarprocedures m.b.t. het CBR (o.a. ongeldigverklaring rijbewijs/alcoholslotprogramma)

De rechter beslist of de invordering/inhouding terecht was en of deze in stand moet blijven. Meestal doet de rechter gelijk mondeling uitspraak. De beslissing dan zo spoedig mogelijk op papier gezet in een beschikking. U wordt daarvan in kennis gesteld. Dit heet betekening. Belangrijk is dat het bij deze beslissing gaat om een voorlopige beslissing en dat de rechter, die de strafzaak behandelt, anders kan oordelen. Als de beslissing is dat u uw rijbewijs terugkrijgt, zal de officier van justitie ervoor zorgen dat het rijbewijs naar u opgestuurd wordt. Tot de tijd dat u het weer in handen heeft, mag u niet rijden.

Vorderingsprocedure CBR

Los van de strafrecht procedure waarin uw rijbewijs kan worden ingevorderd, kan het CBR uw rijbewijs ongeldig verklaren. Dit gebeurt naar aanleiding van een vorderingsprocedure. Dit is een bestuursrechtelijke maatregel in het belang van de verkeersveiligheid waarin de rijvaardigheid of de rijgeschiktheid wordt beoordeeld. Een vorderingsprocedure wordt meestal in gang gezet na een mededeling van de politie of de officier van justitie. De vorderingsprocedure kan leiden tot het opleggen van bijvoorbeeld een onderzoek naar alcohol- of drugsgebruik of tot het opleggen van educatieve maatregelen. De maatregelen die het CBR kan opleggen staan los van de strafrechtelijke sancties en kunnen dus naast elkaar worden toegepast. Tegen het besluit van het CBR kunt u een bezwaarschrift indienen (cbr.nl) Bent u het niet eens met de beslissing op uw bezwaar dan kunt in beroep gaan bij de bestuursrechter.